Gedichten schrijven— hoe ik mijn impostor syndrome overwon
Een paar jaar geleden ontstond het ineens. Ik zat boven aan mijn bureautje met het raam open. Warme zonnestralen vielen naar binnen. Het was een prachtige namiddag in augustus en de straat lag er verstild bij. Het rook naar zwoele zomer vermengd met een soort nostalgische najaarsgeur, die je vertelt dat de herfst in aantocht is.
Er kwam een gedachte in me op dat ik woorden zou kunnen geven aan dit moment. Ik zou zomaar een pen kunnen pakken en proberen iets te schrijven. Misschien zou er zelfs wel een gedicht uitrollen.
Datzelfde moment werd ik overvallen door gedachten van zelftwijfel.
“Nee joh, doe normaal. Wie zegt dat jij kunt dichten? Daar moet je toch op z’n minst literaire kennis voor hebben. En waarom zou je het überhaupt doen? Er zijn al zoveel gedichtenbundels.”
Eigenlijk is dit wat me altijd heeft tegengehouden als het gaat om het uitproberen van nieuwe creatieve dingen. Het impostor syndrome— de angst om door de mand te vallen, als een soort fraudeur zonder de juiste papieren. Wie ben ik om zomaar kunst te gaan lopen maken? Naar mijn idee heb ik nooit genoeg skills en ervaring en kunnen anderen het altijd beter.
Toch heb ik die middag mijn eerste woorden op papier gezet. Het begon wat onwennig, maar uiteindelijk ontstond er een gedicht waar ik blij mee was. Het gaf me zoveel voldoening, dat de twijfel als vanzelf wegsmolt.
Inmiddels is dichten een creatieve uitlaatklep voor me. In de zomer zoek ik regelmatig een rustig plekje aan de Leidse grachten. Terwijl er af en toe een bootje voorbijvaart, schrijf ik zinnen die in me opkomen. Voor mij is er haast geen vrijer gevoel dan dat.
Oja, voor wie benieuwd is— hieronder het gedicht dat ik schreef op die namiddag in augustus :)
2022 — Augustus