De lifehack die museumkaart heet
Oh wat houd ik van lifehacks. Het zijn van die plotselinge ingevingen, die je leven zoveel simpeler, creatiever en lichter maken.
Over het algemeen zijn wij mensen niet erg goed in het aanleren van nieuwe gewoontes, maar soms klikt er ineens iets. Je beseft dat het ook anders kan. Op een manier die — als je eerlijk bent — eigenlijk veel makkelijker is dan je altijd dacht.
Je besluit bijvoorbeeld vanaf nu elke dag een ommetje maken. Je gooit die verslavende app van je telefoon. Koopt een pan met een goede anti-aanbaklaag. Vindt een elektrische fiets op marktplaats. Bedenkt een nieuw opbergsysteem. Vraagt advies aan een coach. Ontdekt eindelijk een sportmethode of ontbijtroutine die wèl haalbaar is (het kan, echt waar).
Lifehacks zijn geniaal. Maar vooral als de kosten ervan qua tijd, geld en energie een lachertje zijn bij wat het je allemaal oplevert aan rust, plezier en levenslust.
Dat gevoel heb ik bij mijn museumkaart.
Eerder had ik nooit zoveel met museums. Ze leken me vooral bedoeld voor bepaalde kunsttypes en mensen die met pensioen zijn. Bovendien voelde ik me in een museum altijd een beetje opgelaten. Alsof ik — om de toegangsprijs te compenseren — verplicht heel geïnteresseerd naar schilderijen moest staren en er ten minste twee uur lang moest doorbrengen. Een museumbezoek was voor mij nou niet bepaald een ontspannende activiteit.
Een paar jaar geleden veranderde dat. Ik was vrij veel thuis met mijn tweejarige zoontje en inmiddels hadden we de speeltuin om de hoek al zo’n beetje uitgespeeld. Ik bedacht me dat we wel een wat inspirerender omgeving zouden kunnen gebruiken. Er zijn museums genoeg in Leiden en we wonen er ook nog eens vlakbij. Dus ik kocht een museumjaarkaart en ging met mijn peuter de Leidse musea af.
Ik stond perplex hoe mooi museums zijn en hoe bevrijdend het is om gewoon eventjes te kunnen gaan. Geen schuldgevoel over de kosten, geen druk om de hele collectie in één keer te moeten bekijken, niets. Er ontpopte zich voor mij een wereld aan nieuwe mogelijkheden.
Op een doordeweekse dag kan ik zomaar besluiten om over de houten kraakvloeren van de Lakenhal te wandelen. Ik heb een prachtige historische achtertuin — genaamd Hortus Botanicus —- tot mijn beschikking, waar ik op adem kan komen tijdens een intensieve week. Als ik thuis geen inspiratie meer heb, kan ik altijd nog een zaal in Naturalis bezoeken. Alleen even mijn museumkaart scannen en ik ben binnen. Wachten tot ik met pensioen ben? Mooi niet. Als dit geen levensgeluk is, weet ik het ook niet meer.