Proloog

Owning your story is the bravest thing you will ever do.
- Brené Brown, The Gifts of Imperfection

Laat ik maar met de deur in huis vallen. Er brandt een vuur in mij en ik wil dit papier in lichterlaaie zetten. Ik heb een verhaal te vertellen. Lang heb ik moeten wachten voordat de tijd rijp zou zijn om het naar buiten te brengen. Vele light-versies heb ik al verteld, maar nooit het hele verhaal. Ik was psycholoog en ben na zeven jaar plotseling vertrokken uit de GGZ. Waarom? Vanwege de hoge werkdruk? De intensiteit van het beroep? Omdat ik op het randje van een burn-out bungelde? Omdat ik mijn creativiteit niet kwijt kon?

‘Ja klopt, ik ga weg. Nee, ik heb nog geen nieuwe baan. Ik heb nog geen plan. Not even a pla.’ (Oké dat laatste zei ik niet, maar is een quote van Phoebe uit Friends). Zo vaak heb ik de verwarring in de ogen van collega’s gezien. Het onbegrip, maar ook de nieuwsgierigheid. Hoe kom je tot zo’n beslissing? Waarom doe je zoiets? Zonder plan B ontslag nemen als ervaren psycholoog klinkt als een naïeve stap. Een vreemde, veel te rigoureuze stap. Veel mensen begrijpen denk ik niet waarom je ooit zo’n stap zou nemen. Waarom je alles wat je zo zorgvuldig opgebouwd hebt— je hele carrière, inclusief alles wat daaraan heeft bijgedragen— zomaar overboord zou gooien. Ik begreep het in het najaar van 2021 zelf ook nauwelijks. De reden dat ik me besef dit verhaal er eindelijk moet komen, is het stuk dat ik vandaag* in mijn dagboek teruglas:

8 november 2021

“Oh man. Wat een intense week is dit. Ik voel echt veel verdriet, dat ik afscheid moet nemen van al mijn patiënten en collega’s die zoveel voor me betekenen. Ik ben zo aan ze gehecht geraakt. En dat is alleen maar goed. Maar daardoor ook moeilijk. Tegelijk voel ik dat vuurtje branden. Dat stemmetje van hoop en verlangen. Naar iets moois, naar schoonheid, een lichtpuntje in deze donkere wereld. Naar samenzijn met anderen. Iets betekenen op een lichtere manier. Met humor en plezier.”

Dit is wat ik opschreef, bijna vier jaar geleden. Nu ik een aantal jaar verder ben zie ik: mijn besluit om te stoppen als psycholoog was een sprong in het diepe. Een keuze om de veilige haven van een vast contract en financiële zekerheid, maar bovenal een diepgewortelde identiteit als psycholoog achter me te laten en op volle zee te gaan varen. Hoe ik tot dit besluit kwam en hoe mijn leven op zee steeds meer vorm krijgt, vertel ik je in dit boek. Ik hoop je ermee te inspireren, omdat ik ervan overtuigd ben dat wij allemaal gemaakt zijn voor een prachtig, avontuurlijk leven op zee.

*30 mei 2025

Leven op zee

Er zullen dagen zijn dat je je angstig voelt
en je staat op
en steekt met al je angsten af naar zee.
Vriend, laat me dit zeggen,
dat is de definitie van moed.
-Morgan Harper Nichols, Bloei als de bloemen

De zee is een terugkerend thema in mijn leven. Ik woon in Leiden en dat is in feite een kustplaats. Met de auto ben ik in een kwartier aan het strand en dat zie ik als een enorme luxe. Rasechte Katwijkers vinden dit waarschijnlijk geen reden om Leiden een kustplaats te noemen, maar als je goed oplet is invloed van de kust in Leiden niet te missen. Het klimaat in de stad is vaak net zo fris en zonnig als op het strand en de zeewind is vrijwel altijd voelbaar. In de zomer zijn er zelfs zeemeeuwen rond mijn huis. Elk jaar kan ik de klok erop gelijk zetten of ze vliegen weer schreeuwend over, maken nesten op het dak en trekken de vuilniszakken in de tuin vakkundig open met hun snavels. (Die vuilniszakken in de tuin zijn trouwens een blijvende struggle in ons gezin. Het wegbrengen ervan is de taak van mijn man en ik noem hem soms liefkozend ‘maffiabaas’*).

Ik houd van de zee en het strand. Het zand onder mijn voeten, de kleine schitterend witte schelpjes en de wapperende wind in m’n haren geven me een gevoel van ultieme vrijheid. Meestal loop ik vanaf het warme honingkleurige zachtzand steeds verder richting het donkere, natte kleiachtige zand bij de zee, waar het ziltig ruikt en de schuimkoppen zachtjes komen aanrollen.

Van nature ben ik niet echt een zwemmer. Als ik naar de zee kijk, zie ik een blauwgrijze uitgestrekte vlakte, die me enerzijds aantrekt en anderzijds benauwt. Het troebele water ziet er naar mijn idee nou niet echt aanlokkelijk uit en is eigenlijk altijd verraderlijk veel kouder dan ik denk, zelfs wanneer het hoogzomer is. Toch kan ik het vaak niet laten om heel eventjes mijn schoenen uit te trekken en voorzichtig aan het koude water te voelen.

In de loop van de jaren is de zee symbool gaan staan voor verschillende grote dingen in mijn leven, zoals het onbekende tegemoet treden en leven in overgave en vertrouwen. De zee nodigt me als het ware telkens weer uit om het avontuur aan te gaan. Om te leren surfen op de golven. Om mijn blik niet op het kolkende water van angst, maar op de weidse horizon van hoop gericht te houden. De zee is een metafoor voor blijven hopen en geloven, terwijl ik nog niet kan overzien hoe alles uiteindelijk zal gaan uitpakken. Het is durven leven zonder vastomlijnd plan, vanuit een houding van rust, plezier, ontspanning, overvloed en genoeg. In de overtuiging dat er door Iemand voor me gezorgd wordt en ik niet alles in de hand heb.

Elk creatief proces dat we aangaan, is in zekere zin ook vergelijkbaar met een duik in zee. We laten het strand achter en beginnen helemaal bij het begin, in de branding, waar onze blote voeten het water raken. Terwijl we nog door het water waden, kan de zee kalm en kabbelend aanvoelen, maar even verderop kan de stroming behoorlijk sterk worden. We weten nooit helemaal welke route we precies zullen nemen en hoe lang het zal duren voordat we weer vaste grond bereiken. We weten niet hoeveel prachtige vissen we onderweg zullen tegenkomen of hoe vaak we gestoken zullen worden door een kwal. De zeewind kan aan ons trekken en alle kanten op waaien. Als het donker en stormachtig begint te worden, is het enige dat we kunnen doen stug blijven doorgaan. We blijven vertrouwen op het zwakke schijnsel van de vuurtoren in de verte, die ons belooft dat er wel degelijk land in zicht is. Dat licht doet ons hopen op het ontstaan van iets nieuws, dat de moeite van al ons geploeter waard is. Daarin blijven geloven, vraagt moed.

In een land als Nederland, waarin de veiligheid van het strand hoog in het vaandel staat, is avontuurlijk durven leven op volle zee behoorlijk zeldzaam en gewaagd. Veel liever hebben we onze schaapjes op het droge, dan dat we het risico lopen dat onze schaapjes in de golven verzuipen. Toch heb ik geleerd dat een leven lang op het strand blijven ook gevaarlijk kan zijn. Misschien nog wel gevaarlijker. Het zand kan ons lusteloos maken, en uiteindelijk zelfs afgevlakt en eenzaam. Een duik in zee is op en af hard nodig om ons te verfrissen en levenslustig te houden. Ook al is het comfort op zee soms ver te zoeken, als we goed gebruik leren maken van de wind, zijn we in staat om lange afstanden af te leggen. Om meters te maken. Ik bedoel dan vooral meters in persoonlijke groei, verbinding met anderen, onbevangenheid, creativiteit en plezier. Het leven op zee is naar mijn idee het echte leven durven leven.

Dat veilig op het strand blijven gevaarlijk kan zijn, weet ik uit eigen ervaring. Soms dacht ik dat ik het goed voor elkaar had, terwijl ik ongemerkt steeds dieper vast kwam te zitten in een kuil. Mijn kuil werd er één van donkerte en eenzaamheid, waardoor ik de zee niet eens meer kon zien. Ik denk dat we allemaal wel eens in zo’n soort kuil terecht zijn gekomen. Het zijn situaties waar we heel bewust of juist per ongeluk in belanden, die ons tegenhouden om daadwerkelijk ten volle te leven. We zijn ons gaan hechten aan iets dat in eerste instantie onze behoefte aan betekenis en zekerheid vervulde, maar waarbij we uiteindelijk merken dat het zand ons aan alle kanten aan het insluiten is en steeds minder ademruimte geeft. Vervolgens beseffen we dat er ervoor kunnen kiezen volledig in onze kuil vast te raken of er juist uit los te komen, al kost dat vaak flink veel moeite.

Het is niet makkelijk om ons bewust te worden van de kuilen in ons leven. Het strand kan ons dingen bieden die heel vanzelfsprekend lijken en die in eerste instantie prettig aanvoelen. Het kunnen dingen als een bepaalde hoeveelheid spaargeld, een verzameling spullen, een clubje waar we bijhoren, een familietraditie, een baan, een sociale rol, taak of status, een groter huis of volgers op Instagram. In principe is er niets mis mee, maar er ontstaat een probleem wanneer deze dingen òns in de greep krijgen, in plaats van andersom. Op dat moment beroven ze ons bij wijze van spreke van de vrijheid om nog de zee in te kunnen rennen als we dat willen. Vaak kunnen we niet meer zonder, en roept het heel veel angst en verzet op om er afstand van te nemen of om onze persoonlijke grenzen erin te bewaken. Zelf heb ik met meerdere van deze dingen geworsteld, maar wat uiteindelijk een extreem diepe kuil voor mij werd, was mijn werk als psycholoog.

Als 19-jarige student wist ik al dat ik psycholoog wilde worden en vol goede moed begon ik aan mijn studie. Omdat mij vaak verteld werd dat de banen in dit vakgebied niet voor het oprapen lagen, sloeg mijn goede moed echter al snel om in een soort angstige, ambitieuze gejaagdheid. Ik ontwikkelde een sterke innerlijke drive om een zo goed mogelijk CV op te bouwen, dat mij zou onderscheiden van andere psychologen. Naarmate de jaren verstreken, kwam ik steeds verder vast te zitten. Psycholoog zijn werd een streven, een carrière die mìj in de greep had, in plaats van andersom. De GGZ werd een soort gevangenis, een systeem waarin ik geen lucht meer kreeg. Dit was niet van de ene op de andere dag het geval, maar het was een sluimerend proces. Laat ik beginnen bij het begin.

*